Groep 0/1/2

Dagopening:
We beginnen de dag in de kring. De kinderen vertellen elkaar nieuws. Met dagritmekaarten kunnen de kinderen zien wat ze die dag allemaal gaan doen. Deze kaarten bieden de kinderen structuur. Elke week leren we een regel over emoties en hoe je met elkaar omgaat.

Godsdienst:
We bidden met elkaar, we zingen liedjes en er worden Bijbelverhalen verteld. De Bijbelverhalen worden ook op andere manieren aangeboden, door voor te lezen uit de Kijkbijbel of Prentenbijbel, door het Bijbelverhaal na te spelen of door een verwerking bij een van de Bijbelverhalen.

Speel-werkles:
In groep 1 en 2 werken wij met thema's die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. De activiteiten in de klas sluiten zoveel mogelijk aan bij het thema. In een circuitvorm werken de kinderen aan verschillende activiteiten bij het thema, zoals een taal- of rekenopdracht, spelen in de themahoek, de verteltafel, door een spel of ontwikkelingsmateriaal. De kinderen maken zelf een keuze welke activiteit zij gaan doen.
Tijdens de werklessen komen verschillende materialen en technieken aan bod. De werkles bevordert de motorische vaardigheden en stimuleert de creativiteit van kinderen.

Buiten spelen:
Na het werken is het tijd voor een pauzehap. We vinden een gezond voedingspatroon belangrijk. Daarom is het op woensdag fruitdag. Na afloop lezen we een verhaaltje voor. De kinderen hebben behoefte aan beweging, dus gaan we buitenspelen op het grote plein of in de natuurspeeltuin. In de tuin wordt ook geregeld gewerkt. We vinden bewegen belangrijk, het is gezond voor je lijf en draagt bij aan goede leerprestaties.

Taal:
Voorlezen is een belangrijk onderdeel om taal te leren. Per thema kiezen we prentenboeken uit waar we dieper op ingaan. Tijdens het voorlezen stellen we samenvattende en voorspellende vragen.
Tijdens de taalactiviteiten leren de kinderen ook rijmen, taalversjes en oefenen we met letterspelletjes, lettergrepen en klanken.

Rekenen:
Tijdens de rekenactiviteiten werken we aan doelen rondom getalbegrip (tellen en getalsymbolen), meten (lang, kort, zwaar, licht) en meetkunde (vormen, kleuren, plattegronden, nabouwen).

WereldoriŽntatie:
Aan de hand van prentenboeken voeren we leergesprekken over de wereld rondom de kinderen. We sluiten met onderwerpen aan bij de belangstelling van de kinderen en maken gebruik van concreet materiaal. We leren verkeer aan door kinderen hun belevingen te laten verwoorden en oefenen op het plein of in de wijk.

Spelen:
Spelen is leren. Professor Einstein zei: 'Spelen is de hoogste vorm van onderzoek'. Spelen heeft invloed op het intellectuele vlak, het sociale vlak, het motorische vlak en het emotionele vlak. Door spelen ontdekt het kind de wereld om zich heen. Kinderen spelen in de hoeken of met ontwikkelingsmateriaal uit de kasten. De kinderen kunnen een keuze maken op het kiesbord. In de klas is een huishoek, bouwhoek, leeshoek, themahoek, computerhoek, knutseltafel, krijtbord, constructiemateriaal, puzzels, spelletjes, zand- of watertafel, bee-bot en een digibord.

Gym:
Tijdens een gymles leren de kinderen klimmen, klauteren, balanceren, (kop)rollen, mikken en glijden. Een vakdocent helpt mee met de gymlessen.

Engels:
Iedere week komt een vakleerkracht Engels leren met liedjes, plaatjes en spelletjes.

Volgen van de ontwikkeling:
We hopen dat kinderen zich veilig voelen in de groep en met plezier naar school gaan, zodat ze zich op een fijne en natuurlijke manier kunnen ontwikkelen.
Tijdens een thema zijn doelen vastgesteld waar een aantal weken aandacht aan wordt geschonken. Deze doelen hebben betrekking op beginnende geletterdheid, beginnende gecijferdheid, sociaal emotionele ontwikkeling of spel. Door te observeren bekijken we of de kinderen de doelen behaald hebben. Als kinderen nog extra oefening nodig hebben, kan het kind langer aan dit doel werken. Kinderen die al wat meer aan kunnen, geven we een doel wat extra uitdagend is.

Tijdens 10-minutengesprekken of indien het noodzakelijk is, worden de observatiegegevens van de kinderen met de ouders gedeeld. Ook krijgen de kinderen 2x per jaar een rapport.